ECLI:NL:RVS:2026:361

Raad van State

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
202403110/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen evenementenvergunning en geluidsontheffing voor Awakenings Festival 2022

In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de verenigingen GEEN N1 en anderen tegen de burgemeester van Haarlemmermeer en het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer. De zaak betreft de evenementenvergunning en geluidsontheffing voor het Awakenings Festival 2022, dat op 16 en 17 april 2022 plaatsvond op het evenemententerrein Houtrak in Halfweg. De burgemeester had op 18 maart 2022 een evenementenvergunning verleend aan Monumental Productions B.V., die later werd gewijzigd. GEEN N1 en anderen, bewoners van de omgeving, maakten bezwaar tegen deze vergunning, omdat zij te veel overlast ondervonden van het festival. Ze voerden aan dat de vergunning en de gemeentelijke regelgeving voor het verlenen van dergelijke vergunningen niet rechtmatig waren. De rechtbank Noord-Holland verklaarde hun beroep ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 17 december 2025 behandeld. De appellanten stelden dat het Evenementenbeleid in strijd was met artikel 8 van het EVRM, omdat er geen evenwichtige belangenafweging was gemaakt tussen de belangen van de festivalorganisator en die van de omwonenden. De Afdeling oordeelde dat de burgemeester en het college voldoende maatregelen hadden getroffen om de openbare orde en veiligheid te waarborgen. De geluidsontheffing was in overeenstemming met het Evenementenbeleid en de normen waren niet onredelijk. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De burgemeester en het college hoefden geen proceskosten te vergoeden.

Uitspraak

202403110/1/A2.
Datum uitspraak: 21 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de verenigingen GEEN N1, Bewonersvereniging Zijkanaal F Halfweg, Vereniging Dorpsraad Zwanenburg-Halfweg, Bewonersvereniging Groote Braak, alle gevestigd in Halfweg, gemeente Haarlemmermeer,
[appellant A], [appellant B] en [appellant C], allen wonend in Amsterdam, en [appellant D], wonend in Halfweg, gemeente Haarlemmermeer,
appellanten (hierna: GEEN N1 en anderen),
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Holland van 11 april 2024 in zaak nr. 22/5911 in het geding tussen:
GEEN N1 en anderen
en
de burgemeester van Haarlemmermeer en
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.
Procesverloop
Bij besluit van 18 maart 2022, gewijzigd bij besluit van 11 april 2022, heeft de burgemeester aan Monumental Productions B.V. een evenementenvergunning verleend voor het Awakenings Festival 2022 op 16 en 17 april 2022 op het evenemententerrein Houtrak in het Recreatieschap Spaarnwoude in Halfweg, gemeente Haarlemmermeer.
Het college heeft als bijlage bij het besluit van 18 maart 2022 een aan Monumental Productions verleende geluidsontheffing voor het Awakenings Festival 2022 meegezonden.
Bij besluit van 30 september 2022 heeft de burgemeester het door GEEN N1 en anderen tegen de evenementenvergunning en geluidsontheffing gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij brief van 4 januari 2024 heeft het college aan de rechtbank medegedeeld dat besluit voor wat betreft de geluidsontheffing geheel voor zijn rekening te nemen.
Bij uitspraak van 11 april 2024 heeft de rechtbank het door GEEN N1 en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben GEEN N1 en anderen hoger beroep ingesteld.
De burgemeester en het college en Monumental Productions hebben schriftelijke uiteenzettingen gegeven.
GEEN N1 en anderen hebben nader stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 december 2025, waar  GEEN N1 en anderen, vertegenwoordigd door [appellant D], vergezeld door mr. P.T. Busker en geluidsdeskundige ing. E. Roelofsen, en de burgemeester en het college, vertegenwoordigd door mr. J.R.S. Adrichem, advocaat in Haarlem, vergezeld door mr. T.A.C. van Diepen, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Monumental Productions, vertegenwoordigd door mr. M.L. Diepenhorst, advocaat in Amsterdam, vergezeld door [personen] en geluidsdeskundige ing. R. Westerveld, als partij gehoord.
Overwegingen
Inleiding
1.       Het Awakenings Festival is een jaarlijks terugkerend tweedaags elektronisch muziekfestival op het evenemententerrein Houtrak in Halfweg. In 2022 mocht het festival maximaal 40.000 bezoekers ontvangen. Het festival heeft een verplichte eindtijd van 23:00 uur en er geldt een geluidsnorm van 70 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen. GEEN N1 en anderen stellen desondanks te veel overlast te ondervinden van het festival en hebben daarom bezwaar gemaakt tegen de verleende evenementenvergunning en geluidsontheffing. Zij wensen niet alleen deze vergunning en ontheffing aan te vechten, maar willen ook de rechtmatigheid van de gemeentelijke regelgeving voor het verlenen van dergelijke vergunningen en ontheffingen aan de orde stellen.
2.       Bij het besluit van 30 september 2022 hebben de burgemeester en het college het bezwaar van GEEN N1 en anderen tegen de evenementenvergunning en geluidsontheffing ongegrond verklaard, omdat deze in overeenstemming met de geldende regelgeving zijn verleend. De evenementenvergunning en geluidsontheffing bevatten voorschriften om de overlast bij omwonenden te beperken. Aan het belang bij het doorgaan van het Awakenings Festival komt volgens de burgemeester en het college daarom een groter gewicht toe dan aan het belang van de omwonenden.
Omvang van het geschil
3.       De rechtbank heeft geoordeeld dat het in deze procedure uitsluitend gaat om de vraag of de evenementenvergunning en geluidsontheffing verleend mochten worden, omdat dat de besluiten zijn die door Monumental Productions zijn aangevraagd. GEEN N1 en anderen hebben namelijk geen handhavingsverzoek ingediend over het ontbreken van andere vergunningen of ontheffingen. In hetgeen GEEN N1 en anderen daartegen hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen grond om tot een ander oordeel dan de rechtbank te komen. In deze procedure ligt dus niet de vraag voor of voor het Awakenings Festival ook een omgevingsvergunning en ontheffing van de Zondagswet nodig zijn.
Ook de bezwaren die GEEN N1 en anderen hebben tegen het bestemmingsplan ‘1e herziening BP Buitengebied’, die een evenement van de grootte en duur van het Awakenings Festival mogelijk maakt op het evenemententerrein Houtrak, kunnen in deze procedure niet aan de orde komen.
4.       De rechtbank heeft verder geoordeeld dat op de aanvraag van Monumental Productions het Uitvoeringsbeleid evenementen Haarlemmermeer 2021 (hierna: het Evenementenbeleid) van toepassing is, maar dat de inhoud van dit beleid in deze procedure niet kan worden getoetst.
4.1.    GEEN N1 en anderen voeren terecht aan dat het oordeel van de rechtbank dat het Evenementenbeleid niet kan worden getoetst niet juist is. Tegen beleidsregels staat gelet op artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb geen bezwaar en beroep open. Dit staat er echter niet aan in de weg dat de inhoudelijke bezwaren tegen de in het Evenementenbeleid neergelegde beleidsregels kunnen worden getoetst in het kader van een bezwaar of beroep tegen een besluit waaraan die beleidsregels ten grondslag zijn gelegd. Dat is de zogenoemde exceptieve of indirecte toetsing. Bij deze exceptieve toetsing wordt de rechtmatigheid van het beleid in zijn algemeenheid beoordeeld. Waar de hogerberoepsgronden daartoe aanleiding geven, zal de Afdeling deze exceptieve toetsing alsnog verrichten.
Geluidsontheffing
Wettelijk kader
5.       Het Awakenings Festival wordt op grond van artikel 2:24, derde lid, onder c, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 van de raad van de gemeente Haarlemmermeer (hierna: APV) aangemerkt als categorie C-evenement: "risicovol evenement waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken".
Artikel 6.11 van de Verordening fysiek domein gemeente Haarlemmermeer 2019 luidde:
"1. Het is verboden zonder vergunning buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Activiteitenbesluit milieubeheer op zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
[…]
4. Het college van burgemeester en wethouders kan vergunning verlenen voor afwijken van het verbod in het eerste lid.
[…]."
Voor evenementen heeft het college invulling gegeven aan artikel 6.11, vierde lid, van de Verordening fysiek domein door in paragraaf 4.2 van het Evenementenbeleid per categorie evenement de eindtijden en maximale geluidsnormen voor evenementen vast te stellen. Voor een categorie C-evenement geldt een eindtijd van 23:00 uur en een geluidsnorm van 70 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen.
6.       De geluidsontheffing voor het Awakenings Festival is in overeenstemming met het Evenementenbeleid verleend.
Hogerberoepsgronden
7.       GEEN N1 en anderen betogen dat het Evenementenbeleid in strijd is met het in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) neergelegde recht van een ieder op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven en zijn woning. Volgens GEEN N1 en anderen is in het Evenementenbeleid geen evenwichtige belangenafweging gemaakt tussen het belang van de organisator en het belang van de omwonenden. Daarbij geldt dat aan het belang van de omwonenden extra gewicht moet toekomen omdat zij in een gebied wonen dat al zwaarbelast is door de ligging bij Schiphol. Gedurende de 25 weken van het festivalseizoen is er bijna elk weekend een evenement. De geluidsoverlast heeft dus geen min of meer incidenteel karakter, maar er is sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van de omwonenden. En zelfs als sprake zou zijn van een evenement met een incidenteel karakter, mag er geen onduldbare hinder plaatsvinden. Volgens GEEN N1 en anderen is die onduldbare hinder objectief vast te stellen. De rechtbank is in dat verband ten onrechte voorbij gegaan aan de door hen overgelegde notitie van geluidsdeskundige Roelofsen van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (hierna: NSG). In het Evenementenbeleid wordt ten onrechte een geluidsnorm van 70 dB(A) gehanteerd en zijn ten onrechte geen dB(C)-normen gesteld voor de lage bastonen en is ten onrechte geen rekening gehouden met de slechte geluidswering van woonarken en woonwagens.
GEEN N1 en anderen betogen verder dat, voor zover het Evenementenbeleid niet om bovengenoemde reden in strijd is met artikel 8 EVRM, de geluidsontheffing zelf dat om dezelfde redenen wel is, zodat het college had moeten afwijken van dat beleid. Het college was volgens GEEN N1 en anderen gehouden de gevelisolatie van iedere woning afzonderlijk te onderzoeken. Zij verwijzen in dat verband naar de uitspraak van de Afdeling van 8 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2673).
7.1.    Op grond van artikel 8, eerste lid, EVRM heeft een ieder recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Uit de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) volgt dat artikel 8 EVRM niet op elke vorm van lawaai van toepassing is. Om binnen de reikwijdte van artikel 8 EVRM te vallen, moet een belanghebbende ten eerste aannemelijk maken dat er sprake was van een daadwerkelijke inmenging van het genot van zijn of haar privé- of gezinsleven of woning, en ten tweede dat een bepaald niveau van ernst is bereikt (bijv. Verein Klimaseniorinnen Schweiz en anderen tegen Zwitserland, arrest van 9 april 2024, ECLI:CE:ECHR:2024:0409JUD005360020, punten 514-516). De gestelde geluidsoverlast moet dus voldoende ernstig zijn om een inbreuk te vormen op het in artikel 8 neergelegde recht. Of dat minimale niveau van overlast, waarbij afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van leven, is bereikt, hangt af van alle omstandigheden van het geval, waaronder de intensiteit en duur van de overlast, de fysieke of mentale gevolgen ervan en de locatie waar het plaatsvindt (bijv. Mileva en anderen tegen Bulgarije, arrest van 25 november 2010, ECLI:CE:ECHR:2010:1125JUD004344902, punten 90-93).
7.2.    In het Evenementenbeleid zijn regels neergelegd voor evenementenlocaties die al in het bestemmingsplan als zodanig zijn aangewezen. De keuze voor een bepaalde locatie kan dus niet (meer) aan de orde worden gesteld. Het college heeft ervoor gekozen voor al die locaties, afhankelijk van de categorie van het evenement, dezelfde algemene geluidsnormen te hanteren. Het college heeft uiteengezet dat voor die normen is aangesloten bij de Nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg uit 1996 (hierna: de Nota Limburg). Deze Nota wordt in de gemeentelijke praktijk gebruikt als handreiking voor het normeren van geluid van evenementen.
Volgens de hinderkwalificatietabel in de Nota Limburg is sprake van onduldbare overlast als het geluid binnen de woning hoger is dan 50 dB(A). Rekening houdend met een gevelisolatie van 20-25 dB(A) komt dat neer op een maximaal toelaatbare gevelbelasting van 70-75 dB(A), aldus de Nota. Met de verwijzing naar de door hen overgelegde notitie van de NSG hebben GEEN N1 en anderen geen twijfel gezaaid aan de aanvaardbaarheid van die normering. Integendeel, in die notitie wordt juist geconcludeerd dat in de Nota Limburg terecht aansluiting is gezocht bij ISO-Recommendation R-1996. In de hoogte van de in het Evenementenbeleid vastgestelde normen is daarom geen inbreuk van het in artikel 8 EVRM neergelegde recht gelegen.
In de Nota Limburg wordt uitgegaan van een gemiddelde gevelisolatie. De Afdeling acht het niet onredelijk dat het college in het Evenementenbeleid ook van dat gemiddelde is uitgegaan en daarom in het beleid geen aparte norm heeft gesteld voor woonarken en woonwagens. De Afdeling acht het verder niet onredelijk dat in het Evenementenbeleid voor de locatie Houtrak niet al bij voorbaat een andere normstelling is gehanteerd, maar is volstaan met de opmerking dat voor sommige evenementen afwijkende normen kunnen gelden. Ook is in het Evenementenbeleid neergelegd dat voor grote meerdaagse muziekevenementen een akoestisch onderzoeksrapport kan worden gevraagd. Hiermee heeft het college in het beleid voldoende ruimte gelaten om in specifieke gevallen andere of aanvullende regels te stellen.
7.3.    Dat in het Evenementenbeleid geen dB(C)-normen zijn gesteld maakt dat beleid ook niet onrechtmatig. Hoewel aan GEEN N1 en anderen kan worden toegegeven dat de dB(C)-normering steeds vaker wordt toegepast door overheden (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2019 over de Gay Pride in Amsterdam, ECLI:NL:RVS:2019:1566), bestaat daartoe geen verplichting. GEEN N1 en anderen doen in dit verband tevergeefs een beroep op de in maart 2025 opgestelde handreiking "Evenementen met luide muziek" van de NSG, waarin deze stichting voorstelt als basisnorm uit te gaan van een dB(C)-norm van 80 als afgeleide van de alom gehanteerde dB(A)-norm van 70. Op de zitting bij de Afdeling hebben de geluidsdeskundigen Roelofsen en Westerveld uiteenzettingen gegeven over de geluidsnormering. Beide deskundigen zijn het erover eens dat de Nota Limburg in die zin is verouderd, dat die alleen ziet op de spraakverstaanbaarheid in de woning (dB(A)) en niet op de steeds vaker ervaren hinder door laagfrequente tonen (dB(C)). Echter, beiden verschilden van mening over de uitvoerbaarheid van de door de NSG in de handreiking voorgestane dB(C)-normering. Zij gaven beiden aan dat de discussie over de dB(C)-normering nog niet is uitgekristalliseerd en dat de handreiking veeleer een groeidocument is. Daarbij is er onder meer op gewezen dat de mate van hinder als gevolg van lage tonen nog niet is vastgesteld, onder andere omdat die hinder de spraakverstaanbaarheid niet beïnvloedt. Gelet hierop acht de Afdeling het niet onredelijk dat het college in het Evenementenbeleid aansluiting heeft gezocht bij de dB(A)-normering van de Nota Limburg, die een algemeen geaccepteerde status heeft.
7.4.    De conclusie is dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat het Evenementenbeleid in strijd met artikel 8, eerste lid, EVRM is of anderszins onrechtmatig is. Dat de rechtbank het Evenementenbeleid ten onrechte niet exceptief heeft getoetst, is daarom geen reden voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.
7.5.    De volgende vraag is of de geluidsontheffing zelf in strijd is met artikel 8, eerste lid, EVRM. Evenals de rechtbank, beantwoordt de Afdeling die vraag ontkennend. Het Awakenings Festival vindt één keer per jaar plaats op de locatie Houtrak. Het heeft een duur van maximaal twee aaneengesloten dagen en een eindtijd van 23:00 uur. Het festival zelf heeft daarmee een min of meer incidenteel karakter. Ook mag het qua intensiteit van het geluid de aanvaardbaar te achten norm van 70dB(A) niet overschrijden. GEEN N1 en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat desondanks het minimale niveau van overlast, waarbij afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van leven van de omwonenden, is bereikt. Zij hebben niet onderbouwd welke concrete schade zij lijden als gevolg van het festivalgeluid. Artikel 8, eerste lid, EVRM is dus niet in het geding.
7.6.    De Afdeling begrijpt dat GEEN N1 en anderen geluidshinder ervaren, ook als die overlast niet binnen de reikwijdte van artikel 8 EVRM valt. Het college heeft een afweging gemaakt tussen enerzijds het belang van Monumental Productions en de bezoekers van het Awakenings Festival en anderzijds de omwonenden. Om tegemoet te komen aan de belangen van de omwonenden heeft het college niet alleen de norm van 70dB(A) gesteld, maar bij de geluidsontheffing ook een aantal specifieke voorschriften opgenomen die ervoor moeten zorgen dat geluidshinder van lage bastonen wordt beperkt. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het college van omwonenden in redelijkheid mag verwachten dat zij in het kader van evenementengeluid enige in tijd en duur beperkte overlast dulden.
Dat er volgens het bestemmingsplan op die locatie meerdere evenementen per jaar mogen plaatsvinden, waardoor de omwonenden het evenementengeluid niet als incidenteel ervaren, ligt, zoals eerder overwogen, in deze procedure niet ter beoordeling voor. Overigens is op de zitting bij de Afdeling duidelijk geworden dat op het terrein Houtrak zelf naast het Awakenings Festival nog één ander categorie C-evenement plaatsvindt. De omwonenden stellen ook hinder te ervaren van evenementen die plaatsvinden op andere terreinen, waarvan een aantal buiten de gemeentegrens van Haarlemmermeer liggen. Het college heeft in redelijkheid geen rekening met die evenementen hoeven houden bij de beoordeling van de aanvraag om een geluidsontheffing voor het Awakenings Festival 2022.
7.7.    Aan de geluidsontheffing is onder meer een akoestisch onderzoeksrapport ten grondslag gelegd dat Monumental Productions in het kader van de aanvraag heeft laten uitvoeren. Daarbij zijn berekeningen gemaakt voor de woningen en woonboten in de omgeving. Volgens die berekeningen komen de geluidsniveaus, met inachtneming van de in dat rapport beschreven akoestische maatregelen, niet boven de 69 dB(A) op de gevels. De Afdeling volgt de rechtbank in haar oordeel dat het college in dit geval, waarbij de geluidsniveaus niet boven de norm van 70dB(A) komen en het om een relatief kort evenement gaat, heeft kunnen afzien van een nader locatie-specifiek onderzoek. Uit de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2346) volgt niet dat voor de beoordeling van een evenementaanvraag voor elke nabij gelegen woning een gevelonderzoek moet worden verricht (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 23 september 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2277).
7.8.    De conclusie is dat ook de geluidsontheffing zelf niet in strijd met artikel 8, eerste lid, EVRM is verleend of anderszins de rechterlijke toets niet kan doorstaan.
7.9.    De betogen slagen niet.
Evenementenvergunning
Wettelijk kader
8.       Artikel 2.25, eerste lid, van de APV luidt:
"Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren."
Artikel 1.8, eerste lid, van de APV luidt:
"Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
a. de openbare orde;
b. de openbare veiligheid;
c. de volksgezondheid;
d. de bescherming van het milieu."
Hogerberoepsgronden
9.       GEEN N1 en anderen betogen dat de opsomming van weigeringsgronden in artikel 1.8, eerste lid, van de APV niet limitatief is. De burgemeester had de evenementenvergunning moeten weigeren in het belang van de bescherming van de natuur ter plaatse. Er is in strijd met het Verdrag van Aarhus onvoldoende informatieverstrekking en participatie van omwonenden in de besluitvorming inzake milieuaangelegenheden (geluid en natuur) geweest. Ook de openbare orde en veiligheid zijn volgens GEEN N1 en anderen niet gediend met het verlenen van de evenementenvergunning, omdat er te veel bezoekers op het festival afkomen. Zij wijzen in dat verband op uitgevoerde evaluaties. Het te hoge bezoekersaantal zorgt niet alleen voor verkeerschaos en -overlast voor de omwonenden, maar ook zijn omwonenden minder goed bereikbaar voor hulpdiensten in geval van calamiteiten. Daarnaast verlaten na afloop van het Awakenings Festival duizenden mensen tegelijk het terrein, wat opnieuw zorgt voor onveilige situaties en overlast, zoals wildplassen en geschreeuw. Ten slotte is het vergunningsvoorschrift over het opruimen van zwerfafval ten onrechte beperkt tot een afstand van 25 meter van het evenemententerrein, aldus GEEN N1 en anderen.
9.1.    Hoewel aan GEEN N1 en anderen kan worden toegegeven dat artikel 1.8, eerste lid, van de APV niet limitatief is geformuleerd, heeft de rechtbank onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4391) terecht geoordeeld dat het bij dat artikel wel moet gaan om een weigeringsgrond in het belang van de openbare orde en veiligheid als bedoeld in artikel 172 en 174 van de Gemeentewet. Met het begrip openbare orde wordt in het kader van de bevoegdheden van de burgemeester gedoeld op het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven ter plaatse. Zoals ook de rechtbank heeft overwogen ziet de weigeringsgrond "de bescherming van het milieu" dus niet op de bescherming van het milieu in relatie tot natuurwaarden of soortenbescherming, maar op de bescherming van het woon- en leefklimaat van mensen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de milieu- en natuurbelangen waar GEEN N1 en anderen zich op beroepen dus niet kunnen worden betrokken bij de vergunningverlening. Dat geldt ook voor hun beroep op het Verdrag van Aarhus.
Het betoog slaagt in zoverre niet.
9.2.    De Afdeling volgt de rechtbank ook in haar oordeel dat de burgemeester zich op het standpunt mocht stellen dat de openbare orde en veiligheid rondom het Awakenings Festival voldoende zijn gewaarborgd met de maatregelen die zijn getroffen en de voorschriften die aan de evenementenvergunning zijn verbonden. Zoals ook de rechtbank heeft overwogen zijn deze maatregelen terug te vinden in diverse plannen die onderdeel zijn van de evenementenvergunning, zoals het verkeers- en vervoersplan, het calamiteitenplan en de voorschriften uit het advies van de brandweer Kennemerland. Voor de hulpdiensten bestaat een calamiteitenroute, die gedurende het evenement wordt vrijgehouden. Daar komt bij dat de hulpdiensten gezamenlijk een positief advies hebben uitgebracht om de vergunning te verlenen conform de aanvraag. In de vergunningsvoorschriften staat ook dat Monumental Productions moet zorgdragen voor een gefaseerde aftocht van de bezoekers na afloop van het Awakenings Festival.
Het betoog slaagt in zoverre evenmin.
9.3.    In de vergunningsvoorschriften staat onder het kopje Milieu onder meer: "Dagelijks of ten minste binnen 12 uur na afloop van een evenementendag moet zwerfvuil afkomstig van het evenement op het evenemententerrein en in de omgeving binnen een straal van 25 meter van het terrein worden verwijderd". Voor het Awakenings Festival van 16 en 17 april 2022 heeft Monumental Productions zich niet alleen aan dat voorschrift gehouden, maar ook zwerfafval binnen een (veel) grotere straal dan 25 meter opgeruimd. Op de zitting bij de Afdeling heeft Monumental Productions desgevraagd verklaard dat zij na het Awakenings Festival het hele buitengebied schoonmaakt, zelfs tot waar bezoekers met de auto vertrekken. Daarnaast is zij voor omwonenden tot een week na het festival telefonisch bereikbaar voor meldingen over zwerfafval. Monumental Productions stuurt dan een schoonmaakploeg.
GEEN N1 en anderen hebben erkend dat het opruimen prima gebeurd. De Afdeling ziet daarom geen belang bij een oordeel over de vraag of de straal van 25 meter, zoals in de vergunningvoorschriften staat, al dan niet voldoende is.
Prejudiciële vragen
10.     GEEN N1 en anderen verzoeken de Afdeling om prejudiciële vragen te stellen aan het EHRM over artikel 8 EVRM en aan het Hof van Justitie over de toepasselijkheid van Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai en over het Verdrag van Aarhus.
11.     De Afdeling wijst dit verzoek af.
Uit overweging 7.1 volgt dat de opgeworpen vraag over artikel 8 EVRM kan worden beantwoord aan de hand van de rechtspraak van het EHRM. Er bestaat dan ook geen aanleiding tot het vragen van advies aan het EHRM op grond van Protocol nr. 16 bij het EVRM.
Zoals onder 9.1 is overwogen, is het Verdrag van Aarhus niet van toepassing op deze zaak. Daarover kan redelijkerwijs geen twijfel bestaan. GEEN N1 en anderen doen bovendien geen beroep op een specifieke bepaling uit Richtlijn 2002/49/EG waarmee de evenementenvergunning en/of geluidsontheffing in strijd zouden zijn. Beantwoording van de door GEEN N1 gestelde vraag over de toepasselijkheid van die richtlijn is ook niet nodig voor de oplossing van deze zaak. Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punten 10 en 16, en het arrest van 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punten 34, 39 en 40 bestaat dan geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.
Eindoordeel
12.     Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zij het gelet op overweging 4.1 met verbetering van de gronden waarop deze rust.
13.     De burgemeester en het college hoeven geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. V.V. Essenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.G. de Vries-Biharie, griffier.
w.g. Wissels
voorzitter
w.g. De Vries-Biharie
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2026
611