ECLI:NL:RVS:2026:3596
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellanten hebben bij besluiten van 29 april 2025 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie zijn afgewezen. Appellanten hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep van appellant 1 gedeeltelijk gegrond verklaarde en de besluiten voor appellant 2 en 3 ongegrond verklaarde.
Appellanten zijn vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure heeft de minister laten weten dat appellanten met onbekende bestemming Nederland hebben verlaten en de gemachtigde van appellanten heeft bevestigd geen contact meer met hen te hebben.
De Afdeling concludeert dat appellanten geen belang meer hebben bij de beoordeling van het hoger beroep, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellanten Nederland met onbekende bestemming hebben verlaten en geen belang meer hebben bij de procedure.