ECLI:NL:RVS:2026:3592
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring van Venezolaanse gezin wegens onttrekkingsrisico en belangen minderjarige kinderen
De minister van Asiel en Migratie stelde op 17 mei 2024 een Venezolaans gezin, bestaande uit ouders en drie kinderen, in bewaring wegens een risico op onttrekking aan toezicht. De rechtbank oordeelde dat de bewaring onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat de minister onvoldoende rekening had gehouden met het lopende hoger beroep in de asielprocedure en de belangen van de minderjarige kinderen.
De Raad van State overweegt dat de minister terecht uitging van zware gronden voor bewaring, waaronder het niet vrijwillig opvolgen van vertrekverplichtingen, en dat de verklaring van betrokkenen om het hoger beroep af te wachten deze gronden niet weerlegt. Ook is het standpunt van de minister dat lichter middelen niet effectief waren, voldoende gemotiveerd.
Verder heeft de minister volgens de Afdeling de belangen van de minderjarige kinderen zorgvuldig meegewogen, onder meer door bewaring in een gespecialiseerde gezinsvoorziening en het beperken van de duur tot twaalf dagen. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond, wijst de beroepen ongegrond en wijst verzoeken om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, waarbij de beroepen ongegrond worden verklaard en verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.