ECLI:NL:RVS:2026:3567
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 9 oktober 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 januari 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateert dat appellant in het hoger beroep niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor ontbreekt een inhoudelijke motivering van het hoger beroep, waardoor de Afdeling geen inhoudelijk oordeel kan geven. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een uitzondering rechtvaardigen.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 23 juni 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd beroepschrift.