ECLI:NL:RVS:2026:3555
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 25 april 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 13 april 2026 ongegrond verklaarde. Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hogerberoepschrift niet voldeed aan de wettelijke vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat appellant niet had toegelicht op welke punten de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn en waarom. Hierdoor kon geen inhoudelijk oordeel worden gegeven over het hoger beroep. Tevens waren er geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een inhoudelijke behandeling zouden rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 22 juni 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.