ECLI:NL:RVS:2026:3547
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister van Asiel en Migratie
Verzoeker is bij besluit van 24 juli 2025 door de minister van Asiel en Migratie opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 6 februari 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om schorsing van de werking van het terugkeerbesluit en de signalering in het Schengeninformatiesysteem beoordeeld. Gezien de belangenafweging en de omstandigheden van het geval is besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt derhalve afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.J.M. Ristra-Peeters op 22 juni 2026, in aanwezigheid van griffier D.C.M. van Trappen. De beslissing betekent dat het terugkeerbesluit en de signalering onverminderd van kracht blijven gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit en de signalering in het Schengeninformatiesysteem wordt afgewezen.