ECLI:NL:RVS:2026:3529
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan asielzoekers
Verzoekers hebben bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 4 november 2025 is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft op 6 mei 2026 deze besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Verzoekers zijn tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan en hebben tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 juni 2026 besloten dat verzoekers niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen gedurende deze periode. De minister is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie. De uitspraak is in het openbaar gedaan en ondertekend door voorzieningenrechter M. den Heyer en griffier P.A.M.J. Graat.
Uitkomst: Verzoekers mogen niet worden uitgezet en krijgen opvang totdat het hoger beroep is beslist.