ECLI:NL:RVS:2026:3524
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit asielverblijfsvergunning
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis over de proceskostenvergoeding en veroordeelde de minister tot een hogere vergoeding van in totaal € 934,00.
De Afdeling benadrukte dat het hoger beroep uitsluitend over de proceskostenvergoeding ging en dat de zaak van eenvoudige aard was, waardoor de wegingsfactor 0,5 passend was. De uitspraak bevestigt de juiste toepassing van proceskostenregels bij niet tijdige besluiten in asielzaken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de minister veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding van € 934,00.