ECLI:NL:RVS:2026:3495
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking omgevingsvergunning stal C wegens onvoldoende belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden trok bij besluit van 20 december 2021 de omgevingsvergunning van 17 februari 2014 voor stal C van een varkenshouderij gedeeltelijk in, omdat de stal niet was gebouwd en de vergunning niet was benut.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vergunninghouder tegen dit besluit ongegrond, waarbij het milieubelang zwaarder werd gewogen dan de financiële belangen van de vergunninghouder. De vergunninghouder stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank onterecht was teruggekomen op haar eerdere uitspraak en onvoldoende rekening had gehouden met de financiële belangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht niet gebonden was aan haar eerdere uitspraak en dat het college bij het intrekkingsbesluit onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe de financiële belangen waren meegewogen. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering in de zin van artikel 3:46 Awb Pro.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning voor stal C wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de belangenafweging.