ECLI:NL:RVS:2026:3475
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning uitkering letselcategorie 2 bij stelselmatig huiselijk geweld
Appellante en haar minderjarige dochter hebben een uitkering aangevraagd bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens psychisch letsel door stelselmatig huiselijk geweld door de ex-partner van appellante. Het Schadefonds kende beiden een uitkering toe op basis van letselcategorie 2, wat overeenkomt met psychisch letsel door stelselmatig geweld of bedreigingen.
De rechtbank bevestigde deze toekenning en wees een hogere letselcategorie af, omdat de duur en frequentie van het geweld niet zodanig waren dat een hogere categorie passend zou zijn. Ook het directe slachtofferschap van de dochter leidde niet tot een hogere categorie, aangezien waarneming van stelselmatig huiselijk geweld door een minderjarige onder letselcategorie 2 valt.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere bezwaren, maar de Raad van State vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de beslissing van het Schadefonds en de rechtbank, verklaarde het hoger beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van letselcategorie 2 aan appellante en haar dochter wordt bevestigd.