ECLI:NL:RVS:2026:3426
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek Europese gehandicaptenparkeerkaart passagier
Het hoger beroep betreft de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 mei 2025, waarin het beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 8 juni 2023 op bezwaar tegen de afwijzing van haar verzoek om een Europese gehandicaptenparkeerkaart passagier is ongegrond verklaard.
Appellant stelde dat zij geen uitnodiging voor de zitting van de rechtbank had ontvangen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de rechtbank de uitnodiging aangetekend heeft verzonden naar het door appellant opgegeven adres in Amsterdam. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd die twijfel doen ontstaan over de juiste verzending of ontvangst van de uitnodiging.
De rechtbank heeft bevestigd dat de brief op het juiste adres is bezorgd. Het niet verschijnen van appellant op de zitting is haar eigen verantwoordelijkheid, waardoor geen sprake is van schending van het beginsel van hoor en wederhoor.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een Europese gehandicaptenparkeerkaart passagier wordt bevestigd.