Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:3391

Raad van State

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
BRS.26.002653
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij afgewezen asielaanvragen

Verzoekers hebben op 26 juli 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank verklaarde op 7 mei 2026 het beroep van verzoekers ongegrond. Verzoekers stelden hiertegen hoger beroep in en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekers niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en dat zij recht hebben op opvang en verstrekkingen. Tevens wordt de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan op 15 juni 2026 door voorzieningenrechter B. Meijer, die de voorlopige voorziening toewijst en de minister verplicht tot kostenvergoeding.

Uitkomst: Verzoekers worden niet uitgezet en krijgen opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is beslist; minister moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

BRS.26.002653
Datum uitspraak: 15 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker 1] en [verzoeker 2],
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 7 mei 2026 in zaken nrs. NL24.33106 en NL24.33107 in het geding tussen:
[verzoeker 1] en [verzoeker 2]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 26 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 7 mei 2026 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraken hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.
2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoekers niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Meijer
voorzieningenrechter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2026
853-1169