202303037/1/A3.
Datum uitspraak: 21 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Amsterdam, handelend onder de naam Eco Boats Amsterdam (hierna: Eco Boats Amsterdam),
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank MiddenNederland van 24 maart 2023 in zaak nr. 22/4038 in het geding tussen:
Eco Boats Amsterdam
en
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Procesverloop
Bij besluit van 30 december 2021 heeft het college een aanvraag van Eco Boats Amsterdam voor een ligplaatsvergunning voor vijf verhuurboten afgewezen.
Bij besluit van 9 juni 2022 heeft college het door Eco Boats Amsterdam daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 24 maart 2023 heeft de rechtbank het door Eco Boats Amsterdam daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Eco Boats Amsterdam hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Eco Boats Amsterdam heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 november 2025, waar Eco Boats Amsterdam, vertegenwoordigd door mr. P.A. Willemsen, advocaat in Gorinchem, vergezeld door [persoon], en het college, vertegenwoordigd door mr. D. Rietberg, vergezeld door F.W.J. van Kleef, L.A. Versantvoort en L.S.A. van den Houten, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het wettelijk kader is opgenomen in een bijlage die onderdeel is van deze uitspraak.
Inleiding
2. Eco Boats Amsterdam heeft een exploitatievergunning voor vijf verhuurboten type 2. Op 2 december 2021 heeft Eco Boats Amsterdam voor die vijf verhuurboten een ligplaatsvergunning aangevraagd. Met het besluit van 30 december 2021 heeft het college deze aanvraag afgewezen, omdat het voor verhuurboten type 2 geen ligplaatsen heeft aangewezen. Met het besluit van 9 juni 2022 is het college bij de afwijzing gebleven. Het college heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat ligplaatsvergunningen voor dit type verhuurboten niet schaars zijn. Het college heeft voor verhuurboten type 2 namelijk helemaal geen ligplaatsen aangewezen, zodat voor deze categorie vaartuigen in het geheel geen ligplaatsvergunningen te vergeven zijn, aldus het college.
3. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de systematiek van de Havenverordening Utrecht (hierna: Havenverordening), de index van de Havenatlas en de ligplaatsverdeling op de kaart van de Havenatlas volgt dat het college bij het afgeven van ligplaatsvergunningen een onderscheid maakt tussen verschillende categorieën vaartuigen. Op de kaart van de Havenatlas is die algemene omschrijving nader gespecificeerd doordat per ligplaats specifiek is aangegeven voor welk soort vaartuig de ligplaats is bestemd. Volgens de rechtbank is gebleken dat geen ligplaatsen zijn aangewezen voor verhuurboten type 2. Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat de ligplaatsvergunning voor verhuurboten type 2 niet kan worden aangemerkt als een schaarse vergunning, omdat het college in het geheel geen ligplaatsen voor dit type vaartuig heeft aangewezen.
Hoger beroep
4. Eco Boats Amsterdam betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de ligplaatsvergunning voor verhuurboten type 2 niet kan worden aangemerkt als een schaarse vergunning. Zij voert daartoe aan dat het college voor de beschikbare ligplaatsvergunningen geen onderscheid heeft gemaakt tussen de verschillende soorten vaartuigen. Volgens Eco Boats Amsterdam maakt het college gebruik van haar aanwijzingsbevoegdheid als zij voornemens is om individuele ligplaatsvergunningen te vergeven, zodat alle ligplaatsvergunningen schaars zijn. Uit het feit dat op het moment van de aanvraag van Eco Boats Amsterdam geen ligplaatsen zijn verleend voor verhuurboten type 2 trekt de rechtbank ten onrechte de conclusie dat er in de Havenatlas onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende categorieën en dat bij de aanwijzingsbesluiten is gehandeld conform een indeling om voor de categorie verhuurboten type 2 geen ligplaatsen aan te wijzen, aldus Eco Boats Amsterdam.
4.1. Op grond van artikel 2.1.1, eerste lid, van de Havenverordening stelt het college de plaatsen vast waar de verschillende categorieën vaartuigen ligplaats mogen innemen of hebben. Op grond van het tweede lid van dit artikel worden de plaatsen aangegeven op kaarten per locatie, zone of gebied en/of per soort vaartuig.
Op grond van artikel 2.1.2 van de Havenverordening is het, onverminderd het bepaalde in het Binnenvaartpolitiereglement en in de overige artikelen van hoofdstuk 2 van de Havenverordening, verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een ligplaats te hebben of in te nemen met een vaartuig op een plaats, welke niet voor dat soort vaartuig in de Havenatlas is aangewezen.
4.2. Partijen zijn het erover eens dat dat het verboden is om zonder vergunning van het college een ligplaats in te nemen met een vaartuig. De Afdeling is van oordeel dat uit de systematiek van de Havenverordening, in samenhang met de legenda (door de rechtbank aangeduid als index) van de Havenatlas en de ligplaatsverdeling op de kaart van de Havenatlas volgt dat het college bij het aanwijzen van ligplaatsen wel een onderscheid maakt tussen verschillende soorten vaartuigen. Dat volgens Eco Boats Amsterdam in de legenda van de Havenatlas geen onderscheid tussen verschillende vaartuigen wordt gemaakt, maakt dat niet anders. Op de kaart van de Havenatlas heeft het college de algemene omschrijving van de legenda namelijk nader uitgewerkt door per ligplaats specifiek aan te geven voor welk soort vaartuig de ligplaats is bestemd. De Afdeling stelt vast dat het college op de kaart van de Havenatlas in het geheel geen plaatsen heeft aangewezen waar vaartuigen behorend tot de categorie ‘verhuurboten type 2’ ligplaats mogen innemen of hebben. Ook overigens heeft het college geen besluit tot aanwijzing van een ligplaats voor dit type boten heeft genomen. Dit berust op een bewuste beleidskeuze. Dat betekent dat voor ‘verhuurboten type 2’ geen ligplaatsen beschikbaar zijn. Alleen al daarom is geen sprake van schaarste. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.
Het betoog slaagt niet.
5. Eco Boats Amsterdam betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college bij het aanwijzen van ligplaatsen onderscheid heeft mogen maken tussen type 1 en type 2 verhuurboten. Niet valt in te zien waarom er een juridisch relevant verschil is tussen een ligplaats voor een waterfiets of een fluisterboot. Bovendien is dit niet gemotiveerd, aldus Eco Boats Amsterdam.
5.1. De Afdeling is van oordeel dat het college - in navolging van de Havenverordening - bij het aanwenden van zijn bevoegdheid om ligplaatsen vast te stellen onderscheid heeft mogen maken in verhuurboten type 1 en type 2. Gezien de begripsomschrijvingen in de Havenverordening, heeft ieder type vaartuig namelijk een eigen invloed op de omgeving, vanwege het gebruik van de vaartuigen, de ruimtelijke uitstraling en de al dan niet aan te leggen voorzieningen. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.
Het betoog slaagt niet.
6. Omdat onder 4.2 is geconcludeerd dat geen sprake is van schaarse vergunningen voor verhuurboten type 2, hoeft wat Eco Boats Amsterdam heeft aangevoerd over het omzetten van voor andere categorieën vaartuigen voor onbepaalde tijd verleende ligplaatsvergunningen naar vergunningen voor bepaalde tijd, niet te worden besproken.
Slotsom
7. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft het college dan ook terecht niet veroordeeld in de proceskosten van Eco Boats Amsterdam.
8. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. J.A.W. Huijben, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.G.L. Soetens, griffier.
w.g. Willems
voorzitter
w.g. Soetens
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2026
1072
BIJLAGE
Wettelijk kader
Havenverordening Utrecht
Artikel 1.1.1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Openbaar water: alle wateren binnen de gemeente Utrecht die al of niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk of bevaarbaar zijn;
b. Vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt, dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;
[…]
l. Verhuurboot type 1: een door spierkracht voortbewogen vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor bedrijfsmatige verhuur zonder bemanning aan wisselende personen gedurende korte perioden;
verhuurboot type 2: motorisch aangedreven vaartuig voor maximaal 12 personen, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor bedrijfsmatige verhuur zonder bemanning aan wisselende personen gedurende korte perioden;
[…]
s. Havenatlas: het geheel van kaarten en daarbij horende voorschriften en aanwijzingen, vastgesteld overeenkomstig artikelen 2.1.1, 2.1.3 en 4.3.3.3 van onderhavige verordening;
[…]
w. Ligplaats: in deze verordening wordt onder het hebben of innemen van een ligplaats verstaan het gedurende langere tijd, waaronder ten minste de periode tussen zonsondergang en zonsopgang afgemeerd hebben van een vaartuig in openbaar water of dat gedeelte van het openbaar water dat gebruikt mag worden voor het afmeren van een vaartuig.
[…]
Artikel 2.1.1 Vaststelling ligplaatsen
1. Het college, gehoord de raad, stelt de plaatsen vast waar de verschillende categorieën vaartuigen ligplaats mogen innemen of hebben.
2. De plaatsen worden aangegeven op kaarten per locatie, zone of gebied en/of per soort vaartuig.
[…]
Artikel 2.1.2 Ligplaatsverbod
Onverminderd het bepaalde in het Binnenvaartpolitiereglement en in de overige artikelen van dit hoofdstuk is het zonder vergunning van het college van Burgemeester en Wethouders verboden een ligplaats te hebben of in te nemen met een vaartuig op een plaats, welke niet voor dat soort vaartuig in de Havenatlas is aangewezen.
Artikel 4.4.1 Weigering
1. Een vergunning wordt geweigerd in geval van:
a: strijdigheid met de Havenatlas;
b: strijdigheid met een bestemmingsplan dat van kracht geworden is na de ingangsdatum van de Havenatlas;
c: de gestelde voorschriften en/of beperkingen aan de voorafgaande vergunning niet of niet volledig zijn nagekomen.
2. Het college kan een vergunning naast de in het eerste lid genoemde redenen weigeren indien dit in het belang is van de goede regeling van de vlotte en veilige doorvaart, de openbare orde, het milieu of dit vanwege de overige doelen van deze verordening noodzakelijk is.