ECLI:NL:RVS:2026:3349
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. den Ouden
- J.M. Willems
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit woning niet te versterken ondanks constructieve gebreken in aardbevingsgebied
Appellant is eigenaar van een woonboerderij in een aardbevingsgebied en betwist het besluit van de minister dat de woning niet versterkt hoeft te worden. De minister baseert zich op een rapport van BBC Bouwmanagement en de NPR 9998:2020, waarin is vastgesteld dat de piekgrondversnelling op de locatie zeer laag is (0,026g), ruim onder de grens van 0,05g, waardoor geen verdere beoordeling op aardbevingsbelasting nodig is.
Appellant voert aan dat de minister onvoldoende rekening houdt met constructieve gebreken zoals scheuren en houtrot, en dat de NPR een integrale benadering vereist. De minister stelt dat de NPR een objectieve, door experts op consensus gebaseerde richtlijn is, en dat de lage seismiciteit geen negatieve invloed heeft op de constructieve veiligheid. Verder wijst de minister op de verantwoordelijkheid van eigenaren voor onderhoud en de rol van het Instituut Mijnbouwschade.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant geen voldoende aanknopingspunten heeft gegeven om het beoordelingskader of de toepassing daarvan door de minister te verwerpen. De NPR en de veiligheidsnorm zijn adequaat en de minister heeft de zorgplicht naar behoren ingevuld. De constructieve gebreken zijn niet van dien aard dat versterkingsmaatregelen noodzakelijk zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit dat de woning niet versterkt hoeft te worden wordt ongegrond verklaard.