ECLI:NL:RVS:2026:3317
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens verblijf buiten Nederland
Appellant heeft bij besluiten van 19 mei 2023 en 9 januari 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER (artikel 9-document), welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Appellant woont niet in Nederland, maar in Roemenië. De aanvraag en daaropvolgende bezwaren zijn door de minister ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de beroepen van appellant eveneens ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat het artikel 9-document vaststelt dat een vreemdeling rechtmatig verblijf heeft, maar niet bedoeld is om rechtmatig verblijf te verlenen. Omdat appellant niet in Nederland verblijft, kan de minister het document niet verstrekken. De Afdeling ziet geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen over de verenigbaarheid van het vereiste van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden met het Unierecht.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling heeft het vonnis gewezen in een enkelvoudige kamer, waarbij mr. N. Verheij als lid en mr. J.J. Schuurman als griffier aanwezig waren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor het verblijfsdocument wordt bevestigd.