ECLI:NL:RVS:2026:3308
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde de minister een dwangsom en proceskostenveroordeling op.
Appellant ging in hoger beroep tegen het oordeel van de rechtbank over de toegepaste wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding bij opvolgende beroepen. De rechtbank had een wegingsfactor van 0,5 toegepast vanwege principiële rechtsvragen, terwijl bij toekomstige zaken een lagere factor van 0,25 zou gelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen belang had bij het hoger beroep omdat de minister inmiddels een besluit had genomen dat geheel tegemoetkwam aan de aanvraag en appellant geen bezwaar had gemaakt tegen dat besluit. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang heeft bij het hoger beroep tegen de proceskostenvergoeding.