ECLI:NL:RVS:2026:3247
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 18 februari 2026 is afgewezen. De rechtbank heeft op 13 mei 2026 het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 8 juni 2026 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen krijgt gedurende deze periode. De minister is daarnaast veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van verzoeker in de asielprocedure worden beschermd totdat een definitieve uitspraak in hoger beroep is gedaan.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgt opvang; minister moet proceskosten vergoeden.