ECLI:NL:RVS:2026:321
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 8 mei 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 december 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. Betrokkene stelde incidenteel hoger beroep in en gaf een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vergt en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling. Gezien de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.