ECLI:NL:RVS:2026:3200
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Hoekstra
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag gefinancierde rechtsbijstand door Raad voor Rechtsbijstand
Appellant heeft op 25 mei 2020 een aanvraag ingediend voor gesubsidieerde rechtsbijstand bij de Raad voor Rechtsbijstand, welke op 27 mei 2020 werd afgewezen. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat op 24 september 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 12 maart 2025 eveneens ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast heeft appellant meerdere malen geprobeerd via verzoeken om heroverweging en ingebrekestellingen het besluit aan te vechten, maar deze werden door rechtbank en Afdeling niet-ontvankelijk verklaard of ongegrond verklaard wegens het ontbreken van aannemelijkheid van tijdige indiening.
De Afdeling overweegt dat de gronden van appellant over het verzoek van 4 juni 2020 reeds onherroepelijk zijn beslist en dat het betoog dat de brief van 21 januari 2021 een ingebrekestelling zou zijn en dat de raad een dwangsom zou hebben verbeurd, niet wordt gevolgd. De Afdeling wijst appellant erop dat de inhoudelijke gronden van de aanvraag van 25 mei 2020 in de lopende hogerberoepsprocedure aan de orde kunnen komen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.