ECLI:NL:RVS:2026:3169
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering overname private schuld toeslagenaffaire
Appellante, erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht om overname van haar private schuld van €22.215,68 bij Interbank. De minister weigerde dit bij besluit van 1 april 2022. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat de minister appellante had moeten horen over de termijnoverschrijding, maar passeerde dit gebrek omdat appellante geen bewijs leverde van bijzondere omstandigheden die de overschrijding verschoonbaar maakten. In hoger beroep stelde appellante dat haar late bezwaar te wijten was aan ernstige persoonlijke omstandigheden, waaronder ziekenhuisopnames en het overlijden van haar schoonvader.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de termijnoverschrijding ruim anderhalf jaar bedroeg en dat de omstandigheden onvoldoende waren om deze te rechtvaardigen. Het telefonisch contact met het nazorgteam kon niet als bezwaar worden aangemerkt. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar van appellante wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.