ECLI:NL:RVS:2026:3157
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag en verwijzing naar rechtbank
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Appellant ging in hoger beroep. Inmiddels heeft de minister op 28 november 2023 alsnog een besluit genomen, waarbij de aanvraag is afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het doel van de procedure is bereikt en appellant geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk wordt verklaard. Tevens wordt vastgesteld dat het besluit van 28 november 2023 van rechtswege onderwerp is van het geding.
De Afdeling verwijst het beroep tegen dit besluit naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, die gespecialiseerd is in asielzaken. Daarnaast veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant, mede vanwege de onrechtmatigheid van de verlengingstermijn volgens het arrest van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Afdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 28 november 2023 wordt verwezen naar de rechtbank.