ECLI:NL:RVS:2026:3116
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 8 december 2025 is afgewezen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 mei 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorziening geschikt is. Daarom wordt bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 3 juni 2026 door voorzieningenrechter D.A. Verburg, in aanwezigheid van griffier M.C.S. Heinen. De voorlopige voorziening biedt verzoeker bescherming tegen uitzetting gedurende de procedure en vergoedt de gemaakte proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.