ECLI:NL:RVS:2026:3105
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Hoekstra
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verzoek aanwijzing advocaat
Op 2 maart 2023 verzocht appellant de deken van de orde van advocaten van Den Haag om aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 van Pro de Advocatenwet. Na opschorting en hervatting van het verzoek wees de deken dit op 8 december 2023 af en wees appellant op de mogelijkheid van beklag bij het Hof van Discipline. Appellant maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat bezwaar niet mogelijk was.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, omdat bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen dergelijke beschikkingen niet openstaat. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in, dat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 juni 2026 ongegrond werd verklaard.
De Afdeling oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het eerdere oordeel konden weerleggen en bevestigde dat tegen beschikkingen van de deken op grond van artikel 13 van Pro de Advocatenwet geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat. De Afdeling wees het hoger beroep af en veroordeelde appellant niet tot proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.