ECLI:NL:RVS:2026:3091
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake informatieve brief tijdelijke bescherming
De minister van Asiel en Migratie heeft appellant bij brief van 16 juli 2025 geïnformeerd dat zijn rechten op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming op 4 september 2025 eindigen vanwege het beëindigen van de bevriezingsmaatregel. Vanaf die datum heeft appellant vier weken de tijd om Nederland te verlaten, tenzij hij een andere verblijfsvergunning heeft of een aanvraag daarvoor openstaat.
Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die zich op 27 november 2025 onbevoegd verklaarde om van het beroep kennis te nemen omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevatte maar slechts informatief was. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De brief is geen besluit waartegen beroep mogelijk is, zodat de rechtbank terecht onbevoegd was. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin rechtvaardigen, noch vragen over Unierecht. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de brief geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.