ECLI:NL:RVS:2026:3076
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens niet-naleving mobiliteitsplan in Eindhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven legde Hartje Eindhoven bij besluit van 14 januari 2025 een last onder dwangsom op wegens het niet voldoen aan het mobiliteitsplan in de verleende omgevingsvergunning, met name het ontbreken van 60 'dedicated' parkeerplaatsen en deelmobiliteit. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit van het college en gaf het college opdracht tot een nieuw besluit. Bij besluit van 10 maart 2026 handhaafde het college de last, met aanvullende motivering.
Hartje Eindhoven verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van dit besluit. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of het college bevoegd was om handhavend op te treden en rekening moest houden met de nieuwe parkeernormen niet in deze voorlopige voorziening kon worden beantwoord. De belangenafweging wees uit dat de belangen van Hartje Eindhoven bij het niet hoeven voorzien in 13 extra deelauto’s zwaarder wegen dan de belangen van het college en andere partijen bij onmiddellijke naleving.
De voorzieningenrechter nam daarbij mee dat slechts twee van de vijftien parkeerplaatsen voor deelauto’s daadwerkelijk worden gebruikt, dat het aantal gebruikers beperkt is en dat het plaatsen van extra deelauto’s zou leiden tot het intrekken van parkeerplaatsen van bewoners zonder dat er vraag is. Daarom werd het verzoek tot schorsing toegewezen en het besluit van 10 maart 2026 geschorst tot de uitspraak in de hoofdzaak. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 10 maart 2026 wordt geschorst en het college moet proceskosten vergoeden.