ECLI:NL:RVS:2026:3071
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 29 januari 2026 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft op 23 april 2026 het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit en het besluit van 29 januari 2026 gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De minister heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de beoordeling van de grief nader onderzoek vergt en dat de procedure zich niet goed leent voor een inhoudelijke beoordeling. Gezien de belangen van de minister wordt een voorlopige voorziening getroffen waardoor de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter bepaalt tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.J. Borman in aanwezigheid van griffier R.D. Salverda.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.