ECLI:NL:RVS:2026:2986
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister van Asiel en Migratie
De minister van Asiel en Migratie heeft appellant op 20 april 2026 in bewaring gesteld. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 30 april 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Ook zijn er geen vragen over Unierecht aan de orde.
De Afdeling ziet geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bewaring is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.