ECLI:NL:RVS:2026:2967
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 27 november 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 april 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek nodig is voor de beoordeling van het hoger beroep en dat de belangen van de minister zwaarder wegen in deze fase. Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling heeft beslist over het hoger beroep. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.