ECLI:NL:RVS:2026:2957
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Intrekking standplaatsvergunningen Brabantfruit wegens ernstig gevaar op misbruik en strafbare feiten
Brabantfruit en haar feitelijke leidinggevende, verzoeker, kregen in 2014 en 2018 vergunningen voor een groente- en fruitkraam op de weekmarkt in Assen. Na een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) heeft het college van burgemeester en wethouders van Assen deze vergunningen op 1 oktober 2025 ingetrokken vanwege ernstig gevaar dat de vergunningen worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten.
Het LBB baseerde dit op onherroepelijke veroordelingen van verzoeker voor onjuiste belastingaangiften en vermoedens van valsheid in geschrifte en oplichting. Brabantfruit en verzoeker werden strafrechtelijk veroordeeld voor handelen in strijd met de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR). De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was tot intrekking en dat de maatregel evenredig is gezien de ernst en duur van de strafbare feiten. Voorschriften als minder ingrijpende maatregel zijn onvoldoende om het gevaar te beperken. De financiële gevolgen voor Brabantfruit en verzoeker zijn onlosmakelijk verbonden aan de intrekking en wegen niet op tegen het belang van het voorkomen van strafbare feiten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de standplaatsvergunningen en wijst het hoger beroep af wegens het ernstige gevaar en de evenredigheid van de maatregel.