Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2941

Raad van State

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
202305282/4/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArtikel 3.1.3 planregels bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012OmgevingswetInvoeringswet Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan uitbreiding Recreatiepark Duinhoeve

De raad van de gemeente Tilburg stelde op 6 juli 2023 het bestemmingsplan 'Buitengebied De Zandleij 2012, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)' vast, dat een uitbreiding en herindeling van het recreatiepark mogelijk maakt. Verzoekers, wonend direct ten zuiden van het park, vreesden aantasting van hun woon- en leefklimaat door de bouw van semipermanente recreatieverblijven, aanleg van verharding en plaatsing van speelvoorzieningen.

Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die het bestemmingsplan schorst totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter oordeelde dat de huidige werkzaamheden, zoals de bouw van vijf semipermanente recreatieverblijven en aanleg van verharding, reeds vergunningvrij waren toegestaan onder het oude bestemmingsplan uit 2014.

Daarnaast weegt het belang van het voortzetten van de bedrijfsvoering van het recreatiepark zwaarder dan de door verzoekers gevreesde geluidsoverlast van speelvoorzieningen, mede omdat het aantal speelvoorzieningen beperkt is volgens de planregels. De voorzieningenrechter concludeerde dat onverwijlde spoed ontbreekt en wees het verzoek af. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bestemmingsplan Recreatiepark Duinhoeve wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en het feit dat de huidige werkzaamheden vergunningvrij zijn.

Uitspraak

202305282/4/R2.
Datum uitspraak: 21 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend in Udenhout, gemeente Tilburg,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Tilburg,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied De Zandleij 2012, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] beroep ingesteld.
[verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[verzoekers] en Recreatiepark Duinhoeve B.V. hebben nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op de zitting behandeld op 7 mei 2026, waar [verzoekers], bijgestaan door mr. H.P.J.G. Berkers, rechtsbijstandverlener in Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door R.S. Bleijenberg MSc, zijn verschenen. Verder is op de zitting Recreatiepark Duinhoeve B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. L.C.A.C. Hoogewerf, advocaat in Hoorn, als partij gehoord.
Overwegingen
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het beroep tegen het besluit van 6 juli 2023 is het recht zoals dat gold ten tijde van het nemen van dat besluit bepalend.
2.       Het bestemmingsplan maakt een uitbreiding en herindeling van Recreatiepark Duinhoeve (het recreatiepark) aan de Oude Bosschebaan 4 in Udenhout met een kwaliteitsverbetering van het landschap mogelijk.
3.       [verzoekers] wonen aan de [locatie] in Udenhout, direct ten zuiden van het recreatiepark. Zij hebben beroep ingesteld omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat bij de uitvoering van het plan.
4.       [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Zij hebben hun verzoek toegespitst op de werkzaamheden die op dit moment op het recreatiepark plaatsvinden. Het gaat dan om de bouw van semipermanente recreatieverblijven aan de noordkant van het recreatiepark, op de inrichtingstekening bij het bestemmingsplan aangeduid als "in de duinen", en de aanleg van verharding. Verder hebben zij op de zitting toegelicht dat hun verzoek ook gaat over het plaatsen van speelvoorzieningen ten zuidwesten van de ingang van het recreatiepark. Volgens [verzoekers] veroorzaken deze werkzaamheden veel overlast en zal de ingebruikname van de recreatieverblijven en speelvoorzieningen leiden tot een toename van geluids- en verkeersoverlast bij hun woning.
5.       Het verzoek wordt afgewezen. De voorzieningenrechter heeft de betrokken belangen afwogen en komt tot het oordeel dat onverwijlde spoed niet dwingt tot het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter legt hieronder uit hoe hij tot dat oordeel komt.
6.       Recreatiepark Duinhoeve heeft op de zitting onweersproken gesteld dat op dit moment vijf semipermanente recreatieverblijven "in de duinen" zijn gebouwd met een oppervlakte van 48 m2, 53 m2 of 59 m2 en dat op meerdere plekken op het recreatiepark verharding is aangelegd. Op grond van het vorige bestemmingsplan "Buitengebied De Zandleij 2012", dat op 27 januari 2014 door de raad is vastgesteld, waren semipermanente recreatieverblijven met een maximale oppervlakte van 60 m2 in dit gebied vergunningvrij toegestaan. Daarnaast was op grond van het vorige bestemmingsplan de aanleg van verharding op het recreatiepark toegestaan. Op de zitting heeft Recreatiepark Duinhoeve toegezegd dat zij geen vergunningen zal aanvragen voor activiteiten of werkzaamheden zal verrichten die op grond van het vorige bestemmingsplan niet konden worden verleend of waren toegestaan, totdat de Afdeling in de bodemprocedure uitspraak heeft gedaan. Bij elkaar genomen komt dit erop neer dat of de voorzieningenrechter het plan nou wel of niet schorst, dat niet uitmaakt voor de activiteiten die hier zullen plaatsvinden totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak.
7.       Voor het plaatsen van de speelvoorzieningen ligt het belang van [verzoekers] in de door hen gevreesde geluidsoverlast als gevolg van het gebruik van de speelvoorzieningen. Daartegenover staat het belang van Recreatiepark Duinhoeve om haar bedrijfsvoering voort te kunnen zetten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt het belang van [verzoekers] minder zwaar. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat artikel 3.1.3, aanhef en onder e, van de planregels bepaalt dat speelvoorzieningen op de gronden met de bestemming "Recreatie" ondergeschikt moeten zijn aan de onder artikel 3.1.1 en 3.1.2 van de planregels genoemde functies die horen bij de bestemming "Recreatie". Dat betekent dat daar maar een beperkt aantal speelvoorzieningen kan worden geplaatst en dat de overlast die [verzoekers] daarvan zullen ondervinden dus beperkt blijft.
8.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.E.H.J. Vollaers, griffier.
w.g. Verburg
voorzieningenrechter
w.g. Vollaers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2026
880-1140