ECLI:NL:RVS:2026:2901
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- G.T.J.M. Jurgens
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over natuurvergunningplicht bij herstart veehouderij in Velp
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wees een handhavingsverzoek van Milieuvereniging Land van Cuijk af tegen het houden van melkkoeien en jongvee door appellante sub 1 zonder natuurvergunning. De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte geen overtreding constateerde en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen. Zowel het college als appellante sub 1 gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het houden van melkkoeien en jongvee door appellante sub 1 geen voortzetting is van het oude project waarvoor in 1994 een milieuvergunning was verleend, maar een nieuw project. Echter, vanwege een overgangsperiode tot 1 januari 2030 waarin het college niet handhavend kan optreden tegen activiteiten die tussen 2020 en 2025 zijn gestart en waarvoor op grond van eerdere rechtspraak geen vergunning nodig was, is handhaving nu niet mogelijk.
De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het het college opdroeg een nieuw besluit te nemen en laat de rechtsgevolgen van het besluit van 19 juli 2022 in stand. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 1.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het het college opdroeg een nieuw besluit te nemen; het handhavingsverzoek wordt terecht afgewezen.