ECLI:NL:RVS:2026:2893
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. den Ouden
- C.J. Borman
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging formele waarschuwing wegens onvoldoende grond voor ernstige overlast
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Raad van State op 20 mei 2026 uitspraak gedaan over het beroep van appellant tegen een formele schriftelijke waarschuwing opgelegd door het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam. De waarschuwing volgde op een klacht van de studentendecaan over uitlatingen van appellant in een beroepsprocedure.
De klacht betrof drie punten: een vermeend verzoek van de studentendecaan om een wond te tonen, twijfel aan een huisartsverklaring en een uitlating over het 'neuzen in medische gegevens'. Appellant verscheen niet bij het hoorgesprek. Het college handhaafde de waarschuwing, stellende dat appellant niet integer had gehandeld en dat de uitlatingen potentieel schadelijk waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de uitlatingen in het kader van een beperkte beroepsprocedure waren gedaan en niet leidden tot ernstige overlast binnen de gebouwen of terreinen van de hogeschool. De maatregel was daarom niet proportioneel. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van psychische schade.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige toepassing van ordemaatregelen en de noodzaak van concrete aanwijzingen voor ernstige overlast.
Uitkomst: De formele schriftelijke waarschuwing wordt vernietigd wegens onvoldoende grond voor ernstige overlast; verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.