ECLI:NL:RVS:2026:2868
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing uitspraak rechtbank inzake herbeoordeling kinderopvangtoeslag
De Dienst Toeslagen wees op 1 juli 2024 een aanvraag tot herbeoordeling van kinderopvangtoeslag af vanwege overschrijding van de wettelijke termijn. De aanvrager had op 23 april 2024 de aanvraag ingediend, na de termijn van 2 januari 2024. De Dienst Toeslagen weigerde de aanvraag inhoudelijk te beoordelen. De rechtbank Amsterdam oordeelde op 19 februari 2026 dat de Dienst Toeslagen de aanvraag wel inhoudelijk had moeten beoordelen op grond van de hardheidsclausule in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De Dienst Toeslagen stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om schorsing van de uitspraak van de rechtbank. De voorzieningenrechter overwoog dat uitvoering van de uitspraak onomkeerbare gevolgen kan hebben, omdat eenmaal toegekende herstelmaatregelen niet worden teruggedraaid, ook niet als het hoger beroep gegrond wordt verklaard.
Na belangenafweging besloot de voorzieningenrechter de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 20 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J.M. Willems.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt geschorst totdat op het hoger beroep is beslist.