ECLI:NL:RVS:2026:2808
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 25 december 2025 is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft op 17 april 2026 het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd, met behoud van de rechtsgevolgen.
Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening behelst dat verzoeker niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen ontvangt.
De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen, waarbij is overwogen dat de belangen van verzoeker zwaarder wegen en dat het niet uitzetten in afwachting van het hoger beroep passend is. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.