ECLI:NL:RVS:2026:2801
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 23 januari 2026 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 april 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de procedure voor een voorlopige voorziening geschikt is om de belangen van de minister te beschermen.
Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.