ECLI:NL:RVS:2026:273

Raad van State

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
BRS.25.002384
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang door COA

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) beëindigde op 22 april 2025 de opvang van betrokkene. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 november 2025 het beroep gegrond verklaarde, de e-mail van het COA herroepen en de uitspraak in de plaats stelde van de e-mail.

Het COA stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten, met name ten aanzien van de herplaatsing op de wachtlijst en de vergoeding van proceskosten.

De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot het verzoek van het COA af te wijzen. Tevens werd het COA veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die volledig bestonden uit kosten voor rechtsbijstand door een derde.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt op 20 januari 2026, in aanwezigheid van griffier E.E. Pronk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het COA wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

BRS.25.002384
Datum uitspraak: 20 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende onder meer het hoger beroep van:
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 12 november 2025 in zaak nr. 25/17203 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
het COa.
Procesverloop
Bij e-mail van 22 april 2025 heeft het COa de opvang van betrokkene beëindigd.
Bij uitspraak van 12 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de e-mail van 22 april 2025 herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van die e-mail.
Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Ook heeft het de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. T. de Boer, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.        Het COa verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat het de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren, voor zover dit gaat over de herplaatsing van betrokkene op de wachtlijst voor passende huisvesting en de vergoeding van de proceskosten, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
2.        Gelet op de belangen die het COa en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.        De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Het COa moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        wijst het verzoek af;
II.        veroordeelt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzieningenrechter
w.g. Pronk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2026
1028