ECLI:NL:RVS:2026:273
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang door COA
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) beëindigde op 22 april 2025 de opvang van betrokkene. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 november 2025 het beroep gegrond verklaarde, de e-mail van het COA herroepen en de uitspraak in de plaats stelde van de e-mail.
Het COA stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten, met name ten aanzien van de herplaatsing op de wachtlijst en de vergoeding van proceskosten.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot het verzoek van het COA af te wijzen. Tevens werd het COA veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die volledig bestonden uit kosten voor rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt op 20 januari 2026, in aanwezigheid van griffier E.E. Pronk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het COA wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.