ECLI:NL:RVS:2026:2724
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen maatregelen registratie persoonsgegevens in incidentenregister
Appellante was bewindvoerder van haar dochter en contactpersoon voor het persoonsgebonden budget op grond van de Wet langdurige zorg. De stichting Zorg en Zekerheid voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van het verstrekte budget over de periode 2018-2021. In een brief van 30 juni 2023 concludeerde de stichting dat appellante fraude had gepleegd en nam zij maatregelen door haar persoonsgegevens op te nemen in het incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister.
De stichting stelde dat de brief geen besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zodat bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat de maatregelen geen publiekrechtelijke rechtshandeling zijn, omdat de registratie plaatsvindt op grond van een protocol voor financiële instellingen en niet op basis van een wettelijke bestuursrechtelijke bevoegdheid.
Appellante voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan als in eerste aanleg, zonder nieuwe argumenten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderschreef het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De stichting hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de brief geen besluit is.