ECLI:NL:RVS:2026:267
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in asielzaak tegen minister van Asiel en Migratie
Op 16 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan op een verzoek om een voorlopige voorziening in een asielzaak. Verzoekers, [betrokkene 1] en [betrokkene 2], hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 24 september 2025 was afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde op 17 december 2025 de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond. Hierop hebben verzoekers hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat zij niet zouden worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter heeft in zijn overwegingen geconstateerd dat verzoekers recht hebben op bescherming tegen uitzetting totdat er een beslissing is genomen op hun hoger beroep. Tevens is bepaald dat de minister van Asiel en Migratie de proceskosten van verzoekers moet vergoeden, die zijn vastgesteld op € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak benadrukt het belang van het recht op een eerlijk proces en de bescherming van asielzoekers in afwachting van een definitieve beslissing op hun aanvraag.
De uitspraak is openbaar uitgesproken op 16 januari 2026, en de voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening verleend, waardoor verzoekers voorlopig niet kunnen worden uitgezet.