ECLI:NL:RVS:2026:2665
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezamenlijke dwangsom bij niet tijdig besluit asielaanvragen
Betrokkenen hadden beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had geoordeeld dat de minister per betrokkene een dwangsom van € 100,00 per dag moest betalen, tot een maximum van € 7.500,00 per aanvraag.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte geen rekening had gehouden met de inhoudelijke samenhang tussen de aanvragen, waardoor slechts één dwangsom verschuldigd zou zijn. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet had gemotiveerd waarom zij was afgeweken van de vaste rechtspraak die uitgaat van één dwangsom bij inhoudelijke samenhang.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de minister aan betrokkenen gezamenlijk een dwangsom van € 100,00 per dag verschuldigd is, met een maximum van € 7.500,00. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister is aan betrokkenen gezamenlijk een dwangsom van € 100,00 per dag verschuldigd, met een maximum van € 7.500,00.