Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2622

Raad van State

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
202503646/3/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N.H. van den Biggelaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:81 AwbArt. 4.3 Invoeringswet OmgevingswetArt. 3.9 Wabo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor zes extra appartementen in Markelo

Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente verleende op 28 juni 2024 een omgevingsvergunning aan Plegt Bouw B.V. voor het toevoegen van zes extra appartementen aan een nog te bouwen complex in Markelo, waardoor het totaal op 32 appartementen komt. De VVE de Beaufort, samen met andere appellanten, stelde bezwaar tegen deze vergunning en het daaropvolgende herstelbesluit van 3 maart 2026, waarin de vergunning werd gewijzigd en aangevuld.

De voorzieningenrechter behandelde de verzoeken om voorlopige voorziening tegen het herstelbesluit en oordeelde dat het parkeeronderzoek van Goudappel B.V. van 18 februari 2026 zorgvuldig was uitgevoerd en dat de toename van parkeerbehoefte adequaat was berekend. Ook werd geoordeeld dat er geen aanleiding was om de vergunning te schorsen vanwege fietsparkeerfaciliteiten of de anterieure exploitatieovereenkomst.

De appellanten voerden aan dat het college in strijd met het vertrouwensbeginsel handelde door af te wijken van de eis van parkeren op eigen terrein, maar de voorzieningenrechter vond geen bewijs voor toezeggingen die dit zouden ondersteunen. De verzoeken om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen, en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en schorst de vergunning voor zes extra appartementen niet.

Uitspraak

202503646/3/R3.
Datum uitspraak: 7 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) van:
1.       VVE de Beaufort (de VVE), gevestigd te Markelo, gemeente Hof van Twente,
2.       [appellant sub 2] en anderen, gevestigd en wonend in Markelo, gemeente Hof van Twente,
3.       [appellant sub 3] en anderen, gevestigd en wonend in Markelo, gemeente Hof van Twente,
verzoekers,
hangende het hoger beroep van:
1.       VVE de Beaufort (de VVE), gevestigd te Markelo, gemeente Hof van Twente,
2.       [appellant sub 2] en anderen, gevestigd en wonend in Markelo, gemeente Hof van Twente,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 mei 2025 in zaken nrs. 24/3234 en 24/3264 in het geding tussen onder andere:
1.       De VVE
2.       [appellant sub 2] en anderen
en
het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente,
alsmede hangende het beroep van:
[appellant sub 3] en anderen.
Procesverloop
Bij besluit van 28 juni 2024 heeft het college aan Plegt Bouw B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het toevoegen van zes extra appartementen aan een nog te bouwen appartementencomplex aan het Burgemeester de Beaufortplein 6, 10 en 11 in het centrum van Markelo (het perceel).
Bij uitspraak van 23 mei 2025 heeft de rechtbank onder meer de door de VVE en [appellant sub 2] en anderen daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de VVE, en [appellant sub 2] en anderen hoger beroep ingesteld.
Bij besluit van 3 maart 2026, kenmerk 1076982 (2), (het herstelbesluit) heeft het college de vergunning gewijzigd en aangevuld.
De VVE en [appellant sub 2] en anderen hebben te kennen gegeven zich niet te kunnen verenigen met het herstelbesluit.
[appellant sub 3] en anderen hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.
De VVE, [appellant sub 2] en anderen, en [appellant sub 3] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tegelijk met de verzoeken om opheffing van de in zaak nr. 202503651/3/R3 bij uitspraak van 25 augustus 2025 uitgesproken schorsing, op 21 april 2026 op een zitting behandeld. Op de zitting zijn de VVE, vertegenwoordigd door [appellant sub 3], [appellant sub 2] en anderen, bijgestaan door [appellant sub 3], [appellant sub 3] en anderen, en het college, vertegenwoordigd door B.J.M. Beernink-Rouweler en M.G.W. Jonker-Raanhuis, vergezeld door J.B.H. Meijer, R.F.G. Rosink en A. van de Reijt, verschenen. Ook zijn Stichting Viverion, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en Plegt Bouw B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], op de zitting als partijen gehoord.
Overwegingen
1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
2.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 13 oktober 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
3.       Op het perceel is het bestemmingsplan "Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11", vastgesteld op 13 april 2021, van toepassing. Het college heeft eerder een vergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex met 26 appartementen op het perceel. Plegt Bouw heeft op 13 oktober 2023 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend om zes appartementen extra toe te voegen aan dit appartementencomplex, zodat het appartementencomplex in totaal 32 appartementen krijgt.
4.       Over de vergunning voor de bouw van 26 appartementen loopt bij de Afdeling ook een procedure, zaak nr. 202503646/1/R3. Bij uitspraak van 25 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4044, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling deze vergunning geschorst.
Herstelbesluit
5.       Met het herstelbesluit heeft het college de vergunning voor het toevoegen van 6 appartementen gewijzigd en aangevuld.
De voorzieningenrechter merkt het herstelbesluit aan als een besluit in de zin van artikel 6:19, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van Pro de Awb. Dat betekent ook dat voor de VVE, en [appellant sub 2] en anderen van rechtswege beroep is ontstaan tegen dat herstelbesluit. [appellant sub 3] en andere hebben beroep tegen dit herstelbesluit ingesteld.
6.       Het college heeft bij afzonderlijk besluit van 3 maart 2026, kenmerk 1076982 (1), de vergunning voor de bouw van 26 appartementen ook gewijzigd en aangevuld.
Volgens het college zijn met dat besluit de in de uitspraak van 25 augustus 2025 geconstateerde gebreken hersteld. Het college en Viverion en Plegt Bouw hebben daarom verzocht om opheffing van die schorsing. De voorzieningenrechter doet vandaag ook uitspraak over die verzoeken (zaak nr. 202503651/3/R3, ECLI:NL:RVS:2026:2623).
Beoordeling van de verzoeken
7.       In deze procedure gaat het over dezelfde onderwerpen als in de onder 6 genoemde uitspraak van vandaag over de opheffing van de schorsing van de omgevingsvergunning voor de bouw van 26 appartementen. De VVE, [appellant sub 2] en anderen, en [appellant sub 3] en anderen voeren in beide procedures dezelfde gronden aan. Ook komt de aanvullende motivering over parkeren in beide besluiten van 3 maart 2026 overeen. In het aan deze besluiten ten grondslag gelegde parkeeronderzoek van Goudappel B.V. van 18 februari 2026 is uitgegaan van een appartementencomplex van 32 appartementen.
Daarom zal de voorzieningenrechter in deze uitspraak regelmatig verwijzen naar de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202503651/3/R3. De volgende onderwerpen zullen in deze uitspraak worden behandeld:
- parkeren;
- fietsparkeren;
- anterieure exploitatieovereenkomst.
Parkeren
8.       De VVE, [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] en anderen betogen dat het parkeeronderzoek van Goudappel van 18 februari 2026, dat als aanvullende motivering over parkeren bij het herstelbesluit is gevoegd, niet zorgvuldig is. Zij voeren daarvoor meerdere argumenten aan.
De voorzieningenrechter verwijst voor de volledige weergave van het betoog naar de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202503651/3/R3, onder 13.1.
8.1.    In de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202503651/3/R3 heeft de voorzieningenrechter onder 13.2 tot en met 13.7 het volgende overwogen en geoordeeld.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het college gebruik heeft mogen maken van de kencijfers van het CROW voor de parkeerberekeningen.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter, heeft het college met de parkeerberekeningen de toename aan parkeerbehoefte van het appartementencomplex met 32 appartementen zorgvuldig berekend.
De voorzieningenrechter heeft in wat de VVE, [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] en anderen aanvoeren geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de gebruikte parkeertellingen niet representatief zijn vanwege de momenten waarop deze zijn uitgevoerd.
Tot slot heeft de voorzieningenrechter overwogen dat, hoewel de concrete parkeertellingen waarnaar wordt verwezen in Bijlage 1 bij het parkeeronderzoek op het moment van de zitting niet bij het parkeeronderzoek gevoegd waren en ook niet gepubliceerd waren, en er, zoals ook is vastgesteld op de zitting, enkele onduidelijkheden bestaan over het precieze aantal parkeerplaatsen binnen het vrij parkeren regime in het onderzoeksgebied, dat mogelijke gebrek niet zodanig is dat het op voorhand aannemelijk is dat het herstelbesluit in de bodemprocedure niet in stand kan blijven. Daarbij heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het, gelet op de resultaten van het parkeeronderzoek en de grote marge tot een parkeerdruk van 85%, aannemelijk is dat de toename aan parkeerbehoefte als gevolg van het appartementencomplex met 32 appartementen in de omgeving kan worden opgelost, zoals het college heeft geconcludeerd.
Op basis van deze overweging heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat dat het college het onder 11.5 van de uitspraak van 25 augustus 2025 geconstateerde gebrek heeft hersteld.
8.2.    De voorzieningenrechter verwijst in deze uitspraak naar de onder 8.1 genoemde uitspraak en sluit zich aan bij de hiervoor weergeven overwegingen. Daarom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de vergunning voor het toevoegen van zes extra appartementen te schorsen.
Het betoog slaagt niet.
Fietsparkeren
9.       De voorzieningenrechter ziet in wat de VVE, [appellant sub 2] en anderen, en [appellant sub 3] en anderen hebben aangevoerd over fietsparkeren, geen aanleiding om de vergunning voor het toevoegen van zes extra appartementen te schorsen. De voorzieningenrechter verwijst naar de overweging onder 14 in de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202503651/3/R3.
Het betoog slaagt niet.
Anterieure exploitatieovereenkomst
10.     De VVE, [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] en anderen betogen dat uit de anterieure exploitatieovereenkomst van 23 juni 2020 en uit de nota van zienswijzen bij het bestemmingsplan "Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11" blijkt dat er op eigen terrein parkeerplaatsen gerealiseerd zouden worden.
De voorzieningenrechter verwijst voor de volledige weergave van het betoog naar de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202503651/3/R3, onder 15.
10.1.  De voorzieningenrechter begrijpt het betoog van de VVE, [appellant sub 2] en anderen, en [appellant sub 3] en anderen zo dat zij aanvoeren dat het college in strijd met het vertrouwensbeginsel een vergunning heeft verleend waarmee mag worden afgeweken van de eis van parkeren op eigen terrein uit het bestemmingsplan.
10.2.  In de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202503651/3/R3 heeft de voorzieningenrechter onder 15.2 geoordeeld dat de VVE, [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] en anderen niet aannemelijk hebben gemaakt dat er toezeggingen gedaan zijn waaruit zij konden en mochten afleiden dat het college geen omgevingsvergunning zou verlenen waarmee wordt afgeweken van het vereiste van parkeren op eigen terrein uit het bestemmingsplan.
10.3.  De voorzieningenrechter sluit zich in deze procedure aan bij dat oordeel en ziet in het betoog van de VVE, [appellant sub 2] en anderen, en [appellant sub 3] en anderen geen aanleiding de vergunning voor het toevoegen van zes extra appartementen te schorsen.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
11.     De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af.
12.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Schadd, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
voorzieningenrechter
w.g. Schadd
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026
1076