ECLI:NL:RVS:2026:2605
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 30 januari 2026 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 april 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor een voorlopige voorziening geschikt is om de belangen van partijen te waarborgen. Daarom werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat de Raad van State uitspraak doet over het hoger beroep.
Uitkomst: De minister hoeft het vernietigde besluit van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.