ECLI:NL:RVS:2026:247
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 10 november 2025 aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel op. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 november 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij voerde aan dat de rechtbank ten onrechte een beroepsgrond niet had besproken, maar dit werd verworpen omdat appellant zijn beroepsgrond te laat had ingediend nadat het onderzoek was gesloten.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen vragen van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming die beantwoording vereisten. De Afdeling achtte de grensdetentie niet onrechtmatig en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.