ECLI:NL:RVS:2026:2409
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling omgevingsvergunning wegens onvolledige aanvraag voor opdelen woning in studiowoningen
Appellant vroeg op 26 juni 2019 een omgevingsvergunning aan voor het opdelen van zijn woning in Den Haag in vier studiowoningen. Het college stelde de aanvraag op 29 augustus 2019 buiten behandeling omdat essentiële documenten ontbraken, waaronder een volledig ingevuld aanvraagformulier voor handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten en een fotorapportage.
Appellant diende bezwaar in, maar het college verklaarde dit op 1 februari 2022 ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel op 28 februari 2024. In hoger beroep betoogde appellant dat de aanvraag wel compleet was en dat het college onvoldoende duidelijkheid had verschaft over de ontbrekende stukken. Ook stelde hij dat communicatieproblemen door wisselende ambtenaren hem onterecht werden aangerekend.
De Afdeling oordeelde dat het college voldoende duidelijk had gemaakt welke gegevens ontbraken en dat het ontbreken van het aanvraagformulier terecht tot buitenbehandelingstelling leidde. De stellingen van appellant waren onvoldoende onderbouwd en konden het oordeel niet veranderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buitenbehandelingstelling van de aanvraag om omgevingsvergunning bevestigd.