ECLI:NL:RVS:2026:2307
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 5 december 2025 is afgewezen. Tevens is geweigerd om verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De rechtbank heeft op 10 april 2026 het beroep van verzoeker tegen deze besluiten ongegrond verklaard.
Verzoeker stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens verzocht zij om opvang en verstrekkingen.
De voorzieningenrechter heeft op 24 april 2026 bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde, tot een bedrag van € 934,00.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de belangenafweging dat verzoeker niet onherstelbaar in haar positie mag worden geschaad zolang het hoger beroep nog niet is afgerond.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet en krijgt opvang en verstrekkingen totdat op het hoger beroep is beslist.