ECLI:NL:RVS:2026:2259
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing natuurvergunning melkveehouderij wegens stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland wees op 21 januari 2022 de aanvraag van appellant voor een natuurvergunning af voor het houden van melkvee aan een locatie in Wamel. De aanvraag stelde dat de beoogde situatie geen toename van stikstofdepositie zou veroorzaken ten opzichte van de referentiesituatie, ontleend aan een milieuvergunning uit 2001. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en het hoger beroep werd voortgezet door zijn erven na zijn overlijden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de milieuvergunning uit 2001 niet is verleend met inachtneming van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn, zoals vereist in artikel 9.4, achtste lid, van de Wet natuurbescherming. De tekst van de milieuvergunning vermeldt geen toets aan de Habitatrichtlijn en het voldoen aan de Interimwet Ammoniak en veehouderij is daarvoor onvoldoende.
De erven voerden aan dat zij mochten vertrouwen op rechtszekerheid en dat een ruimere toepassing van het overgangsrecht gerechtvaardigd is. De Afdeling verwierp dit en benadrukte dat de milieuvergunning niet als referentie kan dienen omdat deze niet voldoet aan de vereisten van de Habitatrichtlijn en de rechtspraak van het Hof van Justitie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de natuurvergunning omdat de milieuvergunning uit 2001 geen geldige referentie vormt onder de Wet natuurbescherming.