Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2238

Raad van State

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
202301951/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij wijziging BRP-gegevens

Het hoger beroep betreft een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk van 27 oktober 2021, waarbij het verzoek van appellant om zijn gegevens in de basisregistratie personen (BRP) te wijzigen, werd afgewezen. De rechtbank Gelderland heeft dit beroep op 13 februari 2023 ongegrond verklaard. Appellant is vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de mondelinge behandeling op 16 april 2026 heeft het college gesteld dat appellant geen procesbelang meer heeft omdat hij niet langer in de gemeente Harderwijk woont, maar in de gemeente Diemen. Hierdoor is het college niet bevoegd om de BRP-gegevens van appellant te wijzigen, aangezien deze zich in een andere gemeente bevinden.

De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de bestuursrechter alleen inhoudelijk kan oordelen als er een actueel en reëel belang is. Nu appellant niet meer in Harderwijk woont en het college niet bevoegd is tot wijziging, ontbreekt dit belang. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt het college niet tot vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een actueel en reëel belang.

Uitspraak

202301951/1/A3.
Datum uitspraak: 16 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 13 februari 2023 in zaak nr. 21/5588 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk.
Openbare zitting gehouden op 16 april 2026 om 10:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. R.F.J. Bindels
Jurist: mr. J. Zonneveld
Verschenen:
het college, vertegenwoordigd door I.M. Noordijk-Houkes en D. Kroon.
====================================
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 13 februari 2023 van de rechtbank Gelderland. Bij die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van 27 oktober 2021, waarbij het college het verzoek van [appellant] om zijn gegevens in de basisregistratie personen (brp) te wijzigen heeft afgewezen, ongegrond verklaard.
Beslissing
De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Motivering:
1.       [appellant] heeft gevraagd om wijziging van zijn gegevens in de brp.
2.       Het college heeft zich op de zitting nogmaals op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep. [appellant] woont niet meer in de gemeente Harderwijk. Volgens het college is het niet alleen niet bevoegd om de gegevens van [appellant] in de brp te wijzigen, maar kan het dat ook niet, omdat de gegevens zich in een andere gemeente bevinden.
3.       Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2530), is de bestuursrechter slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend (hoger) beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan als de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Als dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend wegens de principiële betekenis daarvan. [appellant] woont niet langer in de gemeente Harderwijk, maar in de gemeente Diemen. Gelet hierop is het college niet langer bevoegd zijn gegevens in de brp te wijzigen. Dat betekent dat [appellant] geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
4.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bindels
griffier
85-1104