AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak inzake mutatierapport politie
In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak afgewezen. De oorspronkelijke uitspraak van 26 juni 2024 betrof een geschil over de inhoud van een mutatierapport van de politie van 30 september 2020, waarin professionele indrukken en conclusies van politieambtenaren waren opgenomen na een melding van een ruzie.
Verzoeker stelde dat het mutatierapport onjuistheden bevatte, onder meer dat de ruzie niet in de woning maar op straat had plaatsgevonden, en dat geluidsopnamen dit zouden aantonen. De Afdeling oordeelde echter dat deze argumenten een herhaling waren van eerdere standpunten die reeds in de uitspraak van juni 2024 waren meegewogen.
Omdat herziening alleen mogelijk is op basis van nieuwe feiten of omstandigheden zoals bedoeld in artikel 8:119 vanPro de Algemene wet bestuursrecht, en verzoeker geen nieuwe feiten aanvoerde, werd het verzoek afgewezen. Tevens werd bepaald dat de korpschef geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden.
Uitspraak
202404137/1/A3.
Datum uitspraak: 16 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) op het verzoek van:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
om herziening (artikel 8:119 vanPro de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 26 juni 2024 in zaak nr. 202204688/1/A3.
Openbare zitting gehouden op 16 april 2026 om 14:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. R.F.J. Bindels
Jurist: mr. J. Zonneveld
Verschenen:
[verzoeker];
De korpschef van de politie, vertegenwoordigd door mr. P.G.M. van der Voorn en mr. T. Gillhaus, advocaten in Den Haag.
====================================
Bij uitspraak van 26 juni 2024, in zaak nr. 202204688/1/A3, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 15 juli 2022 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
Beslissing
De Afdeling wijst het verzoek af.
Motivering
1. In de uitspraak van 26 juni 2024 heeft de Afdeling geoordeeld dat in het mutatierapport van de politie van 30 september 2020 alleen professionele indrukken, meningen of conclusies zijn opgenomen. Het is een weergave van de indrukken en conclusies van de politieambtenaren die zijn afgegaan op een melding van ruzie in de woning. De gegevens in het mutatierapport zijn gebaseerd op hoe de politieambtenaren nadat de melding is gedaan de situatie hebben ervaren en hoe zij hebben gehandeld. De korpschef heeft de gegevens daarom niet hoeven wijzigen.
2. [verzoeker] stelt dat uit geluidsopnamen volgt dat het mutatierapport niet klopt en dat wat de politieambtenaren hierin hebben opgeschreven onjuist is. Ook zou de ruzie niet in de woning maar op straat hebben plaatsgevonden. [verzoeker] verzoekt daarom om herziening van de uitspraak.
3. Wat [verzoeker] in zijn herzieningsverzoek aanvoert is een herhaling van wat hij op de zitting bij de Afdeling, die heeft geleid tot de uitspraak van 26 juni 2024, uitgebreid heeft uiteengezet. Daarmee heeft de Afdeling in haar uitspraak, gelet op wat onder 4.3 in die uitspraak is overwogen, rekening gehouden. Dit is onvoldoende grond voor herziening van de uitspraak. Herziening is alleen mogelijk op grond van feiten en omstandigheden, als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Wat [verzoeker] aanvoert, is niet als zodanige feiten en omstandigheden aan te merken.
4. Het verzoek van [verzoeker] moet worden afgewezen.
5. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden.