ECLI:NL:RVS:2026:2226
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na hoger beroep
Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 maart 2026 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij klaagde terecht dat de rechtbank niet ambtshalve de bewaring had getoetst, maar deze klacht leidde niet tot vernietiging van de uitspraak omdat de Afdeling geen reden zag om de bewaring onrechtmatig te achten.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bewaring van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.