ECLI:NL:RVS:2026:2220
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 22 mei 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 8 augustus 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak van 2 maart 2026 waarin een vergelijkbare rechtsvraag was beantwoord.
Ook werden geen vragen opgeroepen over de uitleg of geldigheid van Unierechtelijke bepalingen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel bevestigd.