ECLI:NL:RVS:2026:2201
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie na beroep
Op 11 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 20 februari 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, noch zijn er vragen over Unierecht aan de orde.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.